Er zijn waarschijnlijk maar weinig Duitse loks waarvoor zowel in binnen- als buitenland zoveel bewondering is als een lok van de serie 103.
Om de toenmalige groei in het spoorverkeer op te vangen en vooral hoge snelheden te kunnen rijden met zware treinen, werd na een paar prototypes deze serie loks gebouwd. De serie-genoten weken af van hun voorgangers en hadden een extra rij roosters aan beide zijkanten om extra koellucht aan te zuigen: het motorvermogen was hoger dan bij de prototype-loks, wat extra koeling noodzakelijk maakte.

De invoering van het 'verkehrsrot' door de DB, waar ook meerdere 103'ers aan moesten geloven, leverde ze al snel de bijnaam 'Coladose' (colablikje) op.
Tot op de dag van vandaag zijn sommige eigenschappen ongeëvenaard en heeft menig spoorliefhebber een plekje in zijn of haar hart voor deze machines en het is ook niet verwonderlijk dat er veel modellen van deze lok zijn.

Mijn lok

Lima Model BR103, voor de grote verbouwing Ook ik kocht er ooit één. Van Lima heb ik de 103-107 in bezit: een beruchte versie, omdat van deze serie de weekmaker in de plastic kap verdampt is. Daarmee is de kap erg gevoelig voor breuk en kan voorzichtig buigen al snel resulteren in forse breukschade (aanrijdingen op de modelbaan zijn daarmee ook een behoorlijk risico)

Ter hoogte van elke cabinedeur zit een nokje in de onderbouw en door de kap daar in te drukken, kun je de bovenbouw van de onderbouw scheiden. In het midden zitten ook nog 2 centreerlippen. Je raadt het al: bijna alle nokjes en een centreerlip braken af.

Betere front- en sluitseinen

Ach, geen probleem. Ik verzon er wel wat op. Het was echter mijn plan om er betere front- en sluitseinverlichting in te bouwen. Vervelend was dat het derde frontsein een met de ramen meegegoten lichtgeleider had, die ook nog eens vastgelijmd was, dus het feest was helemaal compleet. Het verwijderen mislukte dan ook. Ik kreeg de lichtgeleider en de ramen er weliswaar uit, maar niet zonder een enorme barst in de kap.

Ik lijmde de verbinding zo goed mogelijk, maar er bleef een randje zichtbaar.
Tja, dan maar helemaal overnieuw spuiten. Ik was toch al van mening dat ik het beter kon dan Lima.

Als ik toch aan de slag ging kon ik meteen andere zaken aanpakken. Dat betrof onder andere de dak-opbouw, waar een iel koperdraadje op wiebelige isolatoren een dakleiding voor moest stellen. Die vervang ik door wat stevigers. Het dakgedeelte recht boven de machinekamer geef ik een laagje verf, om de plastic-glans te laten verdwijnen.
Ik weet nog niet precies wat ik nog meer ga aanpassen op het dak. De stroomafnemers laat ik waarschijnlijk zo, al ga ik proberen ze te schilderen.


Werkzaamheden aan de lok:

Alcohol en niets dan dat...

Bij het verwijderen van de verf rond de barst om te kunnen lijmen, merkte ik dat het wattenstaafje met alcohol zonder moeite de verf van de kap opnam.
Ik pakte m'n airbrush, deed er alcohol in en spoot zonder enige moeite de verf volledig van de kap. Binnen 10 minuten spuiten was alle, maar dan ook echt alle verf van de kap. Een unicum, want Lima verf is over het algemeen hardnekkig.

Zoeken naar decals

Voordat ik verder wou gaan besloot ik eerst op zoek te gaan naar de benodigde decals of transfers, zodat het model daar niet op zou moeten wachten.
Dat werd een zoektocht op internet. Van Nederlandse modellen wist ik dat je bij de firma kleiNSpoor over het algemeen zonder problemen aan de benodigde decals kon komen, maar voor Duitse modellen wist ik dat uiteraard niet.

Op het beneluxspoorforum bleek die vraag ook al eens gesteld te zijn maar helaas waren vele links in die forumbijdrage al niet meer bruikbaar.


Na wat doorzoeken vond ik uiteindelijk de website van Andreas Nothaft. Anders dan bij kleiNSpoor, waar de transfers min of meer op je liggen te wachten, bestel je de transfers op verzoek bij Andreas. Het is dus geen standaard-pakket. Dat heeft wel het voordeel dat als je alleen DB-logo's nodig hebt, je ook alleen die transfers kan aanvragen.

Na diverse mailingen, waarbij meerdere keren monsters toegezonden werden per e-mail, om de maten te controleren, waren de transfers klaar om te laten drukken/printen. Van de logo's heb ik extra exemplaren aangevraagd, zodat ik er een paar kon verknallen.

De styreen werkstukjes in kap en onderbouw om deze later met elkaar te kunnen verbinden Voordat ik aan het spuiten begon heb ik werk gemaakt van een andere bevestiging van de kap. De klikverbinding vind ik toch iets uit vroeger tijden en was in dit geval gewoon onmogelijk vanwege de breekbare kap.

Van diverse styreenprofielen en plaat heb ik 2 nieuwe bevestigingen gemaakt. Straks kan ik de kap met 2 schroeven onder de cabine's verbinden met de onderbouw.

Daarvoor boorde ik onder elke cabine een fors gat om daar 1 M3 schroef en aan de andere kant een klein zelftappend schroefje kwijt te kunnen. Op die manier kon de kap er maar op 1 manier op, wat een voordeel was omdat de gaten niet geheel op dezelfde plek zaten.

Afgeplakt dak om gat dicht te plamuren Op het dak moesten nog wat zaken geregeld worden. Het belangrijkste was het dichten van het gat voor een schakelaartje dat ingebouwd kon worden om te kunnen schakelen tussen spanning via de rails en de bovenleiding.

Dat is echt niet meer van deze tijd, dus bracht ik voorzichtig een styreenstripje in het voorgegoten richeltje aan, om daarna wat plamuur aan te brengen.


Klontjes verf op kap van BR 103 na spuiten met Revell Aqua Klaar om te spuiten!
Na een primerlaag uit de bekende Motip-spuitbus, was het tijd voor de eerste laag beige.
Ik besloot dit keer eens met Aqua Color van Revell te gaan spuiten en kocht een potje nummer 314. Dat bleek een slechte keus. Het spul moest ik bijna door de spuit duwen, was niet te verdunnen met de verdunner die Revell zelf leverde en de uitharding op plekken met een loper duurde urenlang.

Volkomen ontevreden met het resultaat heb ik het uitharden niet eens afgewacht en het model vrijwel direct in de spiritus te weken gelegd. Binnen de kortste keren had ik weer een kale kap.

Ik ging naar de modelbouwzaak en kocht een nieuw potje 314. Dezelfde kleur, alleen nu in het bekende ronde blikje van Revell. In een warm sopje ontvette ik de kap weer en daarna was het tijd voor de lagen grondverf. Een paar dagen later bracht ik de eerste laag beige weer aan, wat nu probleemloos ging.

Het grote afplakken...

Na 4 laagjes beige was het tijd voor het aluminium van de roosters.
Voordat ik daaraan begon dook ik in de foto's die ik her en der van het internet geplukt heb, om te kijken hoe de roosters precies geschilderd moeten worden. Tot mijn grote schrik zag ik toen dat niet de roosters en alle richels daar omheen aluminiumkleurig moesten worden, maar alleen de rooster en de richels daar direct omheen...

Dat betekende dus afplakken... Met de Hondekop in m'n achterhoofd, waar de 1ste klas-richel uitgelopen was op een fiasco, gaf ik dat echter weinig kans. De Hondekop was vlak, dit model had overal richels, maar nog veel erger, ook klinknagels OP die richels.

Aan de andere kant: de Hondekop moest ik met een Tamiya spuitbusje te lijf gaan, terwijl ik nu met de zeer milde luchtstroom van m'n airbrush aan de gang kon. Ondanks dat had ik weinig hoop dat het goed ging komen met de hele dunne reepjes afplakband... mijn ervaring was dat dunne reepjes afplakband te weinig houvast hadden om goed 'af te dichten'.

Kap van BR 103 met afplakband over lok en richels met klinknagels Ik begon vol goede moed eerst met de zijkanten en daarna de boven en onderkant, want daarvoor hoefde ik geen masking-tape op maat te snijden. De uitdaging zit 'm in alle richels tussen de roosters en de horizontale richel tussen de 2 rijen roosters. Die vereist een strip afplakband van 1,8 mm breed...

Ik plakte een strook van 18 mm breed zo recht mogelijk op een plaat plastic, sneed er een lange sliert van en bracht deze aan op het model. Vervolgens ging ik met een scherpgesneden satéprikker over het plakband heen, om het over de klinknagels en goed in de richel te duwen.
De verticale richels bedragen respectievelijk 2 en 3,2 mm breedte, wat dus weer snijwerk betekende. Ook die vervelend krullende slierten afplakband drukte ik zorgvuldig aan met de satéprikker.

Toen ik na 3 kwartier (ja, echt 3 kwartier) 1 kant gedaan had, begon ik aan de andere kant. Na ongeveer anderhalf uur, herhaaldelijk opnieuw aandrukken van het plakband en stevig wrijven om de klinknagels te bedekken en te voorkomen dat het plakband juist daar omhoog zou gaan staan, was het tijd voor de airbrush.


Voor het roosterwerk heb ik een potje Revell nummer 61 (aluminium) gebruikt, wat inderdaad een metallic is.

Kap van BR 103 met aluminiumverf op afplakband en roosters Na 1 niet dekkend laagje had ik eigenlijk zin om het plakband te verwijderen om te zien of ik last had van kruipers, maar juist omdat dit zoveel afplakwerk gekost had, zag ik dat nu niet zo zitten.

Met het spuiten van de roosters heb ik ook het dakdeel boven de machineruimte meegenomen dat exact dezelfde kleur heeft als de roosters.

Na nog eens 2 laagjes metallic was het tijd om het afplakband te verwijderen.
Voorzichtig haalde ik het plakband weg op plekken waar alleen de beige verf zat: afplakken van vlakken waar ik m'n airbrushkunsten al op losgelaten had, had ik tot dan toe nog niet gedaan.

Maar de beige verf hield zich kranig en zat muurvast op de loc: alleen bij een van de cabines zijn er kleine stukjes van de lak losgekomen.
Met grote vrees begon ik aan het lospeuteren van al het band rond de roosters... dit móest haast wel de nodige kruipers veroorzaakt hebben...
Al m'n vrees was onnodig: Niets van dat alles! De roosters waren superstrak gelukt. Op slechts 2 plaatsen zat een kleine kruiper, zodanig klein dat dat met een satéprikker met wat alcohol bijna schadeloos opgelost kon worden.

Het kan dus wel: ik kan duidelijk merken dat ik in die 3 jaar die tussen m'n hondekop en dit model zit, stukken zorgvuldiger ben geworden als het op afplakken aankomt.

Ik kon ook met trots opmerken dat mijn roosters inderdaad strakker gelukt waren dan vanuit de Lima fabriek. Het geheel kwam ook al stukken indrukwekkender over dan toen de kap nog in zijn Lima jasje gestoken was.

Kap van BR 103 met aluminiumkleurige roosters


Rechte kromme biezen

Na de roosters waren de biezen op de koppen aan de beurt. Daarvoor heb ik SM 331 van Revell gebruikt: wijnrood (In het duits kwam ik deze kleur tegen als Purpurrot, wat in het Nederlands als purper-rood bekend staat)

Het afplakken van deze biezen is niet makkelijk: de kop is bol, de bies moet wel recht zitten en het liefst ook nog overal even dik zijn. Daarnaast loopt de bies richting cabinedeur in een punt toe en dat maakt het afplakken knap moeilijk. Diverse keren herplakken van het afplakband was nodig om het zo recht mogelijk te krijgen.

De zijkanten van de lok heb ik overigens ingepakt met gewoon papier omdat ik te bang was dat afplakband de laklagen op de roosters zou beschadigen. Door hier een stuk papier overheen te leggen en de randen ervan gewoon vast te plakken hoefde ik daar niet voor te vrezen. Het scheelde ook nog eens heel wat afplakband...

Rode bies op kop van de Lima BR103 De bies is overigens vast niet van de juiste dikte of op de juiste hoogte. Dat maakt me ook niet zoveel uit. Het blijft een Lima én het gaat meer om het totaalplaatje.

Nadat de biezen aangebracht waren was het tijd voor het engste: een eerste laklaag voor de transfers, zoals dat door vele transfer-fabrikanten en gebruikers aangeraden wordt.

Hoewel ik vrij veel zijdeglans lak lees ben ik van mening dat satijn-glans lak ook prima werkt. In tegenstelling tot m'n laatste keer dat ik aan het lakken sloeg, was het nu bijna een feest. De spuit spoot normaal, op m'n normale druk en zonder dat na afloop alles plakte.

Potje Satin Cote van Humbrol naast BR103 Ik heb dit keer dan ook een glazen potje 'Satin Cote' van Humbrol gebruikt, in tegenstelling tot het blikje '135' van Humbrol van de vorige keer.

Spannend was het wel: ik kon het nu natuurlijk altijd nog verknallen, maar daarnaast is het altijd afwachten of er geen reacties optreden met de al aanwezige verflagen.
Gelukkig ging alles goed en had de kap al snel een laagje zijdeglans.

Nu werd het echt spannend. Ik ging voor het eerst van m'n leven transfers aanbrengen...


Transpire... Transfereren...

Ik pakte het velletje transfers erbij en knipte eerst de DB-logo's van het geheel af met een klein schaartje.

Daarna ondernam ik een poging om met een scalpel het logo zo fijn mogelijk uit te snijden. Toen bleek dat het maar goed was dat ik wat extra logo's had laten printen, want ik verknalde het eerste logo met snijden. Niet alleen het snijden was moeilijk ook het formaat van het logo (ongeveer 5 x 4 mm) hielp niet mee. Het vasthouden van het logo zodat het mesje het niet mee nam bij het snijden was zo goed als onmogelijk.

Ik knipte 1 extra logo uit en heb beide logo's met een fijn schaartje in de juiste vorm geknipt. Dat wou ik zo precies mogelijk doen, vanwege het risico op 'silver-lining'. Silver-lining is een begrip voor het randje transferfolie dat zichtbaar blijft als je het transfer niet geheel langs de contouren van het bedrukte deel uitknipt of snijdt.
Met wat pech blijft er dan een randje zichtbaar dat lichter is dan de ondergrond. Ik heb dan ook eerst 1 logo op de loc aangebracht om te kijken hoe dat ging.

Benodigdheden:

Pak de flessendop, druppel er 1 druppel afwasmiddel in en doe er daarna wat water bij.
Zorg dat je de transfer die je wil aanbrengen klaar hebt liggen. Afhankelijk van het formaat pak je de transfer met een pincet en laat deze in het water zakken.
En dan komt nu de vraag: kan je het verknallen door de transfer te lang in het water te laten liggen?
Het antwoord is eigenlijk: nee. Al laat je de transfer een kwartier in het water liggen, de transfer zal er niet door oplossen: mogelijk laat de transfer wel vanzelf los van de drager, maar hij zal niet verdwijnen.

Tijdens het weken van de transfer heb je de tijd om een klein beetje 'Micro set' aan te brengen op de plek waar de transfer moet komen. Doe dit met het penseeltje.

Na ongeveer 15 seconden komt de transfer los van de drager. Hoe je die vervolgens overbrengt op je model is een beetje persoonlijk. Ik lees in de gebruiksaanwijzing die ik bij m'n transfers kreeg dat ik het geheel uit het water moet vissen met een pincet, boven de plek moet houden waar de transfer moet komen en dan de drager moet verwijderen om zo de transfer vrij zeker direct op de juiste plek aan te brengen.

Kort gezegd: hoe mensen dat voor elkaar krijgen weet ik niet, maar mij lukt dat dus echt niet.
Mijn methode: ik pak de transfer met de drager er nog aan uit het water met een pincet.
Vervolgens neem ik het geheel tussen duim en wijsvinger. Door vervolgens VOORZICHTIG een wrijvende beweging te maken geef ik het aanzetje voor de transfer om iets te verschuiven ten opzichte van de drager.
Daarna pak ik het geheel weer vast met een pincet om de transfer gemakkelijk op zijn plaats te schuiven op de lok.
Juist positioneren doe ik met een fijn penseeltje. De transfer verschuift nog gemakkelijk in het begin, dus het is wel een beetje opletten geblazen.


Aangebracht DB-logo op de kop van de BR103 Ik breng, geheel volgens de gebruiksaanwijzing op het potje Micro Set, nog wat extra van dat spul aan op de transfer.
Na een paar minuten druk ik de transfer voorzichtig aan met het koffiefilter of stukje keukenpapier: het voordeel is dat het heel mild is voor de transfer (je vingers kunnen 'm gemakkelijk beschadigen) en tegelijkertijd het teveel aan Micro Set opzuigt.

Uiteindelijk had ik 1 logo aangebracht en heb toen even rust genomen. Ik had onbewust snel zitten werken omdat ik dacht dat dat moest.

Het is in de tussentijd wel opletten omdat de transfer zonder beschermende laklaag zeer kwetsbaar is.
Hiernaast lijkt het alsof het logo niet netjes uitgeknipt is. Dat ligt echter aan de belichting.

Het leukste kwam nog: de cijfers ter identificatie van de cabine. De Duitsers zijn daar wat grondiger in dan wij en hebben ter hoogte van de cabinedeuren vaak een duidelijke '1' en '2' op hun loks aangebracht.

Aangebrachte transfer '1' bij cabine 1 De betreffende cijfers zijn net aan 2 millimeter hoog en ongeveer een millimeter breed. Ik heb die transfers met de grootste zorg zo goed mogelijk uitgesneden, om randjes te voorkomen.

Het recht én op de juiste plaats krijgen van de uiterst kleine transfers was een frustrerend karweitje. Voor ik het wist had ik het cijfer wel op de juiste plek, maar niet recht. Als ik dat wou corrigeren schoof het nummer wel recht, maar op de verkeerde plek.

Elk cijfer heeft me ongeveer 5 minuten klooien gekost. Het resultaat is er dan ook wel naar.
De cijfers zitten overigens op dezelfde hoogte als de biezen: dat is misschien niet geheel correct, maar zoals gezegd, het is 'maar' een Lima.

Je kan hiernaast ook zien dat ik de meegegoten handgrepen en deurklinken aangezet heb met wat aluminiumverf.


Onderbouw

De onderbouw is hierna aan de beurt: deze moet ik echter nog repareren nadat bij het boren voor de gaten voor de kap-bevestiging een van de schortplaten half vernield werd. Zodra dat gebeurd is kan het geheel in de grondverf, om later het beige, grijs en wijnrood aan te brengen en vervolgens de nodige transfers.

Daarna zou het uiterlijk weer een volwaardige lok moeten zijn, tot die tijd:

Wordt vervolgd!

28-10-2012: Gerepareerde schortplaat, maar een gebrek aan hechtkracht.

Na een paar pogingen om met Plastic Weld en styreen een nieuwe schortplaat te maken waarbij de lijmverbinding steeds losliet, ging ik met secondenlijm aan de slag.
Dat ging wel in 1 keer goed en na plamuur- en schuurwerk was het tijd voor schilderklusjes.

Na diverse lagen grondverf, waarvoor ik het model steeds netjes ontvette, was het tijd voor het beige. Dat ging allemaal prima en na 4 laagjes beige kon ik aan het afplakken beginnen. Omdat de beige rand als een heel dun lijntje richting de cabines loopt, plakte ik zeer zorgvuldig af. Tot ik een stukje moest corrigeren en het niet aan mijn zorgvuldigheid lag. Ik trok de tape voorzichtig een stukje los en moest tot m'n teleurstelling constateren dat ik de verf in z'n geheel mee trok.

Ik heb alle tape verwijderd en het model meteen in een badje spiritus weer ontdaan van z'n verf voor zover ik die niet al met m'n nagel verwijderd had: de schilfers sprongen alle kanten op!

Op het moment zit de onderbouw weer in de grondverf en is de volgende stap het beige.


27-9-2013: De verf blijft in ieder geval zitten...

Na een goed sopje ter ontvetten van de kap waagde ik me nogmaals aan de beige kleur.
In 3 laagjes zal ik de gehele onderbouw dekkend spuiten, vooral om eventueel kleurverschil tussen het purperrood op de onderbouw en het purperrood op de bovenbouw te voorkomen.

Ingepakte onderbouw voor het spuiten van het grijs Na weer een uur afplakwerk begon ik met het purperrood, een krachtige kleur waar je al snel teveel van spuit.
Vermeldenswaardig is het dat ik hierbij de volledige onderbouw purperrood spoot: mijn plan is om de beige bies weer 'open' te schuren na het grijs.

Ook het rood ging goed en na 24 uur uitharding begon ik met de grijze rand die dit model z'n karakteristieke TEE-uiterlijk geeft.

Ik spoot hierbij weer over de rand die later de beige bies moet worden. Hiernaast de weer stevig ingepakte onderbouw. De grijze verf dekt op deze foto nog niet volledig.

Onderbouw in grijs en purperrood gespoten, afplakband verwijderd Na het verwijderen van het afplakband was het resultaat wat ik had gehoopt en strak, ook op de moeilijke koppen, waar ik tussen de frontseinen en buffers door had moeten plakken, een moeilijk karwei dat 3 kwartier gekost heeft.


De onderbouw ingepakt voor het open schuren van de bies Nog eens afplakken, nu om de beige bies 'open' te schuren. Ik kan hier kort over zijn. Een airbrush is fantastisch, maar in dit geval gaan de dunne laagjes je opbreken. Het was de bedoeling dat ik met voorzichtig schuren met een schuurpapiertje korrel 2000 de aangebrachte lagen verf zou verwijderen tot op het beige.

Dat lukte, maar ik zat binnen de kortste keren ook op de grondverf. De laagjes verf waren zo dun dat een enkele haal van het schuurpapier al genoeg waren om ook door het beige heen te gaan. Ik heb ook nog met een glasvezelpotlood geprobeerd het beige tevoorschijn te halen, maar dat was nog onbetrouwbaarder.

Spuitwaas van beige verf op onderbouw van Lima BR103 Ik heb de boel daarom maar laten zitten en er een beige bies opgespoten, wat helaas niet helemaal goed gegaan is. Vooral rond de traptredes naar de cabines heb ik spuitwaas gehad. De uiteinden van de biezen zijn niet netjes en zeker niet overal gelijk geworden.
Ik weet nog niet of ik maar helemaal overnieuw begin of ga proberen te redden wat er te redden valt.

Hiernaast een foto van de spuitwaas bij een van de traptreden. Het is bij slechts 2 tredes verkeerd gegaan, die gelukkig ook nog eens bij dezelfde cabine zitten. Met de airbrush is dat zonder al teveel afplakwerk goed te retoucheren.

Wordt vervolgd!

01-12-2013: Knopen doorhakken...

Het model was op de onderbouw na, bijna klaar.
Punten die opgelost dienden te worden waren de ruiten en de pantograven.
Voor andere ombouw-activiteiten had ik wat onderdelen van Roco nodig. Als ik toch bezig was kon ik meteen ruiten van een Roco 103 meebestellen. Ik had geen flauw idee of die gingen passen, maar voor die paar euro kon ik me er geen buil aan vallen.

Toen keek ik ook nog eens naar de stroomafnemers. Nu ik toch ging bestellen...
Ik heb dan ook twee paar besteld. Één paar DBS54 stroomafnemers (tweebeens-stroomafnemers) en één paar eenbeen stroomafnemers, omdat ik er toch nog niet helemaal uit was...

Een klein stukje uit het echte leven: deze machines hebben maar heel kort met tweebeens-stroomafnemers rond gereden. Menig bovenleiding werd kapot getrokken door de DBS54, dus kwam de eenbener al snel in zicht als vervanger.

Machineruimte-dakopbouw overgespoten in grijs, na metallic te zijn geweest Iets wat ik in het vorige stuk nog niet vermeld heb: de dakopbouw van de machineruimte heb ik in dezelfde grijze kleur als de onderbouw gespoten. De metallic kleur bleek op zijn minst onjuist. Via diverse foto's bleek dat de kleur toch veel meer naar donkergrijs neigde, óók als de machine fris gewassen was.

Ik kreeg de metallic verf overigens met geen mogelijkheid van het stukje dak af, dus heb ik er gewoon grijze verf overheen gespoten. Hiernaast het dakje.

Geen plaatje van de ruiten, omdat die niet bleken te passen. Wel in de breedte, helaas niet in de hoogte, waar ik 1,5 millimeter te kort kwam.


DBS54 en eenbeen-stroomafnemer op BR103 om te kijken welke het wordt Ik besloot verder te gaan met de stroomafnemers en bekeek even vol bewondering het vuurrood gelakte onderdeel. Het is er allemaal veel fijner op geworden in de loop der jaren.

Even los op de loc kijken wat het beste staat: de tweebeens-stroomafnemer? Of toch de eenbeen?

Kwa materiaal gaat m'n voorkeur uit naar de eenbener, puur omdat die geheel van metaal is, waar de tweebener gedeeltelijk van kunststof is.
Een handige overeenkomst is dat de montage voor beide types stroomafnemers gelijk is. De afstand tussen de 'steunvoetjes' die in isolatoren op het dak vallen is precies gelijk en ook het schroefgat zit op dezelfde plek.

Ik kon dus de gaten op het dak gewoon boren en altijd later nog beslissen. Er komen namelijk isolatoren op het dak waar de stroomafnemer straks op 'staat'.

Voordat het zover was moest ik wel wat werk verrichten. Op het dak zitten voor elke stroomafnemer 2 'puistjes' om de oude Lima stroomafnemer op de juiste plek te centreren. Deze zitten alleen in de weg voor de nieuwe Roco stroomafnemers.

Een zijkniptangetje maakte korte metten met deze pukkeltjes, waar je de grijze plekken nog van ziet zitten op de foto's. Heel voorzichtig heb ik met een scalpel de kleinste restjes weggesneden. Oppassen was het natuurlijk wel, want een uitschieter op de lak zou ik mezelf niet vergeven hebben.

De eenbeen-stroomafnemers bleken toch van pas te komen, ook al had ik de knoop doorgehakt en voor de tweebeens-afnemer gekozen. Het metalen frame van de eenbener bleek namelijk prima stevig voor het aftekenen van de gaten in de kap.

weggeknipte pukkels op BR103 en aftekening op dak BR103 voor isolatoren Ik nam een stukje piepschuim en legde daar een stukje papier op. Een M2-schroefje drukte ik door het papier heen in het schuim. Ik draaide het schroefje daarna door het papier heen vast aan de stroomafnemer.

Daarna duwde ik de hele stroomafnemer weer in het piepschuim. Op die manier werden de pinnetjes die in de isolatoren vallen door het papier gedrukt en had ik een prima aftekenmal voor op de lok.

Het papiertje kon ik daarna gebruiken op de lok, door het schroefje als centreerpunt te gebruiken in het gat van de originele Lima-afnemers.
Hiernaast zie je 4 zwarte stipjes op het dak, die ik voor ik ging boren wel even controleerde op uitlijning: zat het écht in het midden en recht?

De gaten voor de isolatoren van de stroomafnemer die later op het dak komt Met een mini-priem maakte ik een klein putje op elk zwart puntje om te voorkomen dat het boortje van 1 millimeter dik weg zou lopen.

Voorzichtig boorde ik daarna met de hand de gaatjes. De isolators hebben een dikte van 1,3 mm. Omdat ik dat boortje niet heb, heb ik gewoon met 1,5 mm geboord. Dat geeft de isolatoren ook wat speling, wat wel handig uitkomt als de gaten per ongeluk niet helemaal recht geboord zijn.

4 isolatoren uit een rommelbak bij MCH gevist Deze onderdeeltjes heb ik nodig om de stroomafnemer in ieder geval op een stroomafnemer te laten lijken.
Helaas weet ik geen onderdeelnummer, omdat ik ze uit een rommelbak van MCH Hilversum gevist heb.

Ze hebben me maar enkele centen per stuk gekost en zijn ook niet helemaal correct: de juiste hebben een rechthoekig 'voetje' onderaan waarmee de isolator op het dak staat, zoals bij het grote voorbeeld.

Desondanks zal het uiterlijk er al behoorlijk op vooruit gaan met deze isolatoren, vergelen met de Lima stroomafnemers en halve isolatoren.

Aangepaste isolator (het oogje is weggeknipt) en origineel Het bultje met gaatje dat bovenop deze isolatoren te vinden is, is eigenlijk bedoeld om een dakleiding door te voeren. Dat heb ik niet nodig, dus met een zijkniptangetje wordt de bovenkant afgeknipt.

Daarna boor ik met een boortje van 0,8 millimeter ongeveer 2 millimeter diep in de isolator, zodat het pinnetje van de stroomafnemer er straks mooi invalt.

Op de foto zie je een originele en afgeknipte (en geboorde) isolator liggen.
Overigens is het wel zo mooi om de isolatoren straks nog een likje verf te geven. Het bruin is nogal plastic-achtig en door het afknippen zie je toch wat sporen van het bewerken.

BR103 met DBS54 stroomafnemer op z'n isolatoren gemonteerd En na het boren van de isolatoren de boel eens op de plaats monteren. De isolatoren blijken op de juiste plaats te zitten: de stroomafnemer past perfect.

En, ja, dit staat, hoewel niet helemaal juist, toch echt veel beter dan die bijna neonrode plastic stroomafnemers van Lima, die ook nog eens gedeeltelijk van glimmend metaal gemaakt zijn.

De inzet toont de bevestiging van de stroomafnemer op de isolatoren van wat dichterbij. Lastig is dat het te ver aandraaien van het schroefje het kunststof frame van de stroomafnemer krom trekt. Dat verklaart waarom Roco vaak een klein afstandsbusje gebruikt tussen het dak en de isolator.

Wordt vervolgd!

10-03-2014: Retoucheren...

Extra afplakwerk om spuitwaas te verhelpen met een laagje purper-rood Omdat er bij het spuiten van de beige bies spuitwaas op was getreden, kon ik weer met het nodige afplakband aan de gang.

Voordeel was dat ik nu m'n nieuwe airbrush had: de druk van de compressor was gelijkmatiger en met de fijne naaldset van de spuit kon ik veel nauwkeuriger werken, zonder dat ik het hele model in moest pakken.

Dat ging fantastisch en met voorzichtig werken was de spuitwaas binnen de kortste keren verdwenen onder een extra laagje purper-rood.

Kruiper op onderbouw na opnieuw spuiten van beige bies Na het purper-rood, moest de beige bies opnieuw. Die was, zoals je in het vorige verslag kan lezen, vrijwel weggeschuurd. Daarnaast waren de schuin naar boven lopende punten op de kop ook niet goed gelukt en vooral niet gelijk.

Dus afplakken en voorzichtig met lage druk spuiten en het afplaktape weer verwijderen... wel verdorie! Nu geen spuitwaas maar een kruiper en wéér aan 2 kanten. Het afplakband had niet goed genoeg geplakt waardoor de verf tussen het model en het plakband gekopen is. De biezen waren nu wel netjes op de koppen

Na nogmaals afplakken (in 2 etappes) van het rood en het grijs, was de onderbouw eindelijk netjes.

2 stukjes styreen in vorm DB-logo's en de logo's (DB-kecks) zelf Toen de onderbouw in een laagje blanke lak gezet was, was het tijd voor een nieuwe ronde decals.
Er werden weer 2 DB-logo's uitgeknipt en met Micro Sol en Micro Set en een penseel in de buurt, trof ik nog wat voorbereidingen met styreen.

De DB-logo's op de onderbouw, zijn in het echt metalen exemplaren, die dus enige dikte bezitten.

Schildje op onderbouw Van 0,4 mm dik styreen knipte ik 2 plaatjes in de vorm van de logo's en maakte de randen helemaal, en het oppervlak gedeeltelijk, zwart.

Omdat de transfers onmogelijk netjes aan te brengen zijn op zo'n klein stukje plastic, monteer ik de schildjes eerst op de lok met een druppeltje lijm.

Dat wou ik met Plastic Weld doen, maar dat houdt waarschijnlijk niet zo goed op een geschilderd oppervlak. Daarnaast loop je een risico op uitlopen van de verf, omdat het spul werkelijk alles oplost.

Daarom besloot ik met een minuscuul druppeltje secondelijm en een pincet het schildje vast te lijmen. Als 'referentiepunt' heb ik daarbij de 2 knobbels die aan elke zijde op de onderbouw van dit model zitten genomen, zodat het schildje precies in het midden zou komen.

DB-logo en nummer aangebracht op onderbouw Het aanbrengen van de DB logo's ging met enige moeite gepaard. Een van de logo's vouwde dubbel en kreeg ik met geen mogelijkheid meer 'open'.
Gelukkig had ik dat extra setje!
Op de foto is te zien dat het plastic schildje helaas net te klein is: het logo valt er net buiten.

Na de logo's waren de nummers aan de beurt. Dat was met het logo erboven een koud kunstje om op het oog in het midden te krijgen.

Bovenbouw met logo en onderbouw met nummer boven op elkaar De nummers op de koppen volgden.

Dit was echt een spannend klusje: de nummers waren heeel moeilijk recht te krijgen (het nummerbord is bol en loopt iets schuin naar onderen) en vooral moeilijk in het midden te krijgen. Elke kop heeft me 10 minuten pielen met penselen, Micro Sol en papiertjes gekost.

Maar wat een verschil! Nu het logo op de kop gezelschap heeft van het nummer, ziet het er meteen stukken beter uit.

Decal met technische informatie op de onderbouw (decal met stofje!) Op de onderbouw is, naast de logo's en het nummer, nog veel meer informatie te vinden, op dat wat geloof ik de stelbalk genoemd wordt.

Als de lok voor je staat zit links van de cabinedeur aan je rechterhand, een overzicht met technische informatie. Daar weer links van zit de informatie over de revisie-status van de machine.

Allereerst ging de technische informatie van de lok zelf op de onderbouw. De tekst op de decal is niet superleesbaar, maar het is toch maar een Lima. Daarnaast bleek de tekst na opdrogen van de decalverzachter al beter leesbaar dan vlak na het aanbrengen ervan.

BR 103 en envelop met nieuwe decals De andere decal verknipte ik helaas... Dat werd een nieuw setje bestellen. Dat is niet duur, maar het wachten erop als je verder wil, is vervelend.
Toch is het leuk als je bestelde decals binnenkrijgt per post... want zo voel je je toch wel erg belangrijk! (Op de sticker staat 'Kunstdrukwerk! Niet vouwen alstublieft!')

Schreef ik nog dat ik m'n lol op kon met de cabine-cijfers en hoe klein die waren... het was nog niets vergeleken met de decals die de punten markeren waar vijzels geplaatst kunnen worden om (bijvoorbeeld) de draaistellen te lichten.

De betreffende decals zijn ongeveer 0,75 mm hoog en hooguit 1 mm breed. In ieder geval was het uitknippen, afweken en plaatsen ervan een vervelende klus. Ik heb er maar 2 per dag gedaan, omdat ik het dan wel weer even gezien had.

Opvijzelpunt-symbool op loc, een erg kleine transfer die moeilijk te plaatsen is Het was moeilijk deze decals recht te plaatsen, omdat juist bij de buffers de symbolen moeten die aangeven dat daar opgevijzeld moet worden om de draaistellen te lichten. Dat is een symbool van een naar boven wijzend pijltje met een schuingeplaatst streepje met 2 bolletjes eraan erboven op. Het lijkt nog het meest op een soort weegschaal die uit balans is, het klinkt nogal cryptisch, maar als je het symbool ziet, snap je wel wat ik bedoel.

Juist omdat het streepje schuin staat en je weinig referentie hebt om te weten of je de decal wel recht plaatst, was het geen fijn klusje.
Ook lastig: zorgen dat de decal met de juiste zijde op het model geplaatst werd. Omdat het symbool zo klein was, was per ongeluk omdraaien zo gebeurd.

Desondanks heb ik in een week tijd de 8 minuscule symbooltjes aangebracht. Hierboven zie je een van de symbolen, aangebracht op de onderbouw. Wat betreft de foto: mijn camera kan helaas niet verder zoomen.

Wordt vervolgd!

24-9-2014: De laatste transfers en een donor-loc...

EP-symbool op vel decals Na het aanbrengen van de decals die op de loc vertellen wanneer de laatste revisie is geweest, zat ik vast. Ik wist welke decals nog moesten, maar twijfelde over 1 bepaald logo.

Dat logo, dat met de letters 'EP' aangeeft dat de lok een elektropneumatische rem bezit, bepaalde ook de plaats van de resterende decals.
Het logo kwam op mij net te modern over met zijn witte achtergrond en rode letters en belijning. Omdat ik mijn lok in de eerste helft van de jaren '80 bedacht heb, vond ik het niet thuishoren op mijn model, maar of dat klopte, wist ik niet.

Na meerdere pogingen daar duidelijkheid over te krijgen op diverse fora, lukte het me na een registratie op het Duitse Stummi's forum.
Conclusie die ik verwacht had: het logo is eerder iets van begin jaren '90, toen het DBAG-tijdperk begon.

Ik heb de foto overigens bewerkt om de witte decals ook zichtbaar te maken.

KE-GPR-E-mZ decal Met die duidelijkheid op zak kon ik de laatste decals aanbrengen.
Allereerst een rijtje letters waarvan ik niet precies weet wat ze aangeven. Zelf vermoed ik dat de letters ('KE-GPR-E-mZ') een afkorting zijn van de fabrikant van de rem-installatie. Op het originele Lima model stond hier namelijk iets als 'Knorr-Bremse GPR-Emz'.
Misschien is het allemaal niet juist, maar dat is de lok toch al niet.
Het andere decal geeft informatie over de slag van de remcilinders of zoiets.

Het eerste decal zie je in het midden: de afstand tussen het decal ernaast heb ik niet precies uitgemeten maar op het oog gedaan. Het remcilinder-decal zit er links van en is op de foto vers aangebracht.

Nadat ik de andere zijde voorzien had, draaide ik het model even om om de resultaten te bekijken.

Uitgezakt decal op onderbouw van Lima BR103 Krijg nou wat! Hoe kan dit nu. De decal was helemaal week geworden en naar onderen uitgezakt. Ik kwam er achter dat ik het penseel gebruikt voor Micro Sol (dat de decal week maakt) per ongeluk had verwisseld met dat gebruikt voor Micro Set (dat de adhesie van de decal verhoogt)
Dat de decal er door uit kán zakken is één, maar het waarom was er niet mee verklaard: de lok lag op z'n zijkant toen ik de andere kant onder handen nam.

Met een steviger penseel en wat extra Micro Set kon ik het decal weer verwijderen, waarna ik een nieuwe knipte. Dat extra setje decals bleek steeds handiger...
Op dezelfde wijze heb ik trouwens ook een van de al aangebrachte decals met technische informatie bijgewerkt. Er bleek, dat zag ik pas op een foto, een stofje onder de decal te zitten.
Omdat ik dat decal 2 keer met Micro Sol heb behandeld, waardoor het decal week wordt en meer in de poriën van de ondergrond 'gezakt' was, was het verwijderen van het stofje stukken moeilijker dan bij een decal waar alleen nog Micro Set gebruikt was. Het decal was enorm veerkrachtig en met een gloednieuw (dus vlijmscherp) scalpelmesje en een pincet heb ik het decal zodanig bijgesneden dat het stofje vrijkwam.

Eigenlijk de enige belemmeringen voor de rest van het uiterlijk betroffen de cabineramen en 'ramen' van de machinekamer.
1 raam van de oorspronkelijke Lima was gesneuveld. De lijm maakte het verwijderen moeilijk en bij de eerste pogingen het te verwijderen kwam er een lelijke barst in. Kort daarna brak het helemaal doormidden.
Hetzelfde lot ondergingen de ramen in de machinekamer. Die van mij waren vergeeld en vergaan en verpulverden zo'n beetje in pogingen ze zonder schade te verwijderen (ook deze zaten vastgelijmd)

Vastgeplakt frontraam in kop van vervangende Lima BR103 Ik hield Ebay een tijdje in de gaten, in de hoop voor weinig een kap te kunnen kopen. Helaas ging die vlieger niet op. Er werden pittige bedragen geboden voor kappen die soms in zeer slechte toestand verkeerden, waarvan het nog maar de vraag was hoe goed de ramen nog waren (als ze er al bij zaten).

Samen met de verzendkosten, die vaak 15 euro bedroegen, werden prijzen van meer dan 50 euro me echt te gortig.

Voor iets minder dan 5 tientjes vond ik bij de plaatselijke modelbouwzaak toevallig een Lima. Het model had geen doos meer, er ontbraken 2 buffers en de wielen waren goed smerig. Omdat ik toch alleen de raampjes nodig had, hoefde ik het ding ook niet te zien rijden.

Thuis: verdorie... ook hier zitten de frontramen vastgelijmd.

Vernielde dakopbouw van machinekamer van vervangende lok BR103 Met een scalpel heb ik uiteindelijk allebei de frontramen zonder schade kunnen scheiden van de kap. Sowieso blijkt de kap van deze 103-110-3 niet het weekmaker-probleem te bezitten. Ik kon 'm probleemloos bij de cabinedeuren indrukken om de klemnokken uit de sleuven te kunnen verwijderen.

Ondanks het vele snijwerk moest ik alsnog flink duwen en trekken om de ramen eruit te krijgen, maar ook dat ging zonder schade aan de kap gepaard.

De ramen van de machinekamer bevrijden ging met meer moeite gepaard. Ik heb het plastic 'huisje' dan ook maar kapotgeknipt, dat ging veel sneller.

Wordt vervolgd!

26-9-2015: Gewichtige zaak

Om dit model als een blok beton op de rails te laten liggen, moet er wat aan het gewicht gebeuren. Dat is overigens iets waar ik al eind 2014 mee begonnen was, maar nu pas helemaal afgerond is.

Een bekend Lima-euvel is dat het model slechts op 1 plek een flink gewicht heeft. Bij dit model is dat door het robuuste onderstel niet zo'n probleem, andere modellen zakken door. Desondanks is het wel zo mooi als het gewicht wat meer verdeeld wordt over het model.

Motor-onderstel, magneet, motorschild een Modeltorque-motor, klaar om in te bouwen Allereerst wordt de motor vervangen. De Lima motor is luidruchtig en loopt absoluut niet soepel.
Met een originele Modeltorque (de enige die ik ooit gekocht heb) was ik in dit geval uit de brand.

Let op dat bij dit model de middelste as in de weg zit als je een motortje uit een CD-rom speler of iets dergelijks gebruikt. Je zult de onderkant van de motor een beetje af moeten schuinen om deze te laten passen. Bij de Modeltorque is dat al gedaan.

Op de foto zie je de magneet en het motorschild. Alleen het onderstel en de nieuwe motor ernaast zijn nodig, de rest kan weggegooid worden.

Lima motor met lager en Lima motor met afgeknipt lager Na het verwijderen van de tandwielen, knip je het oude lager weg met een zijkniptangetje. Dit is onomkeerbaar. Eenmaal verwijderd kun je nooit meer de originele motor plaatsen.

Plaats de tandwielen weer terug (en plaats ook de schroefjes weer, ook al staan deze niet op de foto) en het onderstel is technisch klaar voor de Modeltorque motor.

Lima motor met veel lood aangebracht De motor heeft amper een eigen gewicht waarmee het geheel betrouwbaar op de rails duwt. Met plakjes daklood (hier nog gelijmd, inmiddels zou ik een groot deel solderen) maak ik allerlei gewichtjes die her en der aan het motorblok gelijmd zijn met secondenlijm. De tijd zal leren of dit blijft zitten.

Let op dat het motorstel nog vrij kan draaien na alle lood-toevoegingen!

Ik meen me te herinneren dat het motorblok inclusief motor zo'n 113 gram woog na deze operatie.

Midden van de lok nog zonder lood. De richels moeten daarvoor eerst verwijderd worden In het midden van de lok komt ook een nieuw gewicht. Hier kan ik gelukkig makkelijk grote plakjes lood aanbrengen. Wel moesten eerst de richels in de bodem, waar vroeger het blok lood op ruste, verdwijnen. Met een zijkniptang en een deel met een gutsje, was dat snel gebeurd.

Midden van de lok met lood evenals boven stroomafnemend draaistel Na meerdere keren snijden en knippen is het midden geheel opgevuld. Daarbij heb ik geen kiertje onbenut gelaten. Het leverde een gewicht op van zo'n 88 gram, later nog wat verhoogt naar zo'n 100 gram.

Het plakje lood links, gaat onderdeel uit maken van een derde gewicht, dat ook in de buurt van de 100 gram zal gaan wegen. Het totaalgewicht ligt dan straks over de 300 gram, electronica en kap niet meegerekend.

Met zoveel gewicht liep ik wel een risico dat de kap uit zou gaan zakken, omdat de onderbouw alleen bij de cabines met de bovenbouw verschroefd word, dus ook daar begon ik eens over te denken. Een extra schroef in het midden van de lok zou een goed idee zijn voor de stevigheid.

Styreen bouwwerkje met stukje buis met M3-tap In de categorie 'het was handiger geweest als ik dat eerder...' begon ik aan een voorziening om uitzakken van het model in het midden te voorkomen, door een verbinding tussen kap en onderbouw in het midden van het model.

Van een stuk dik styreenplaat en een stukje styreenbuis waar ik M3-schroefdraad in tapte, werd een stukje gemaakt dat vrijwel precies in de kap gelijmd kon worden.

Op de foto zie je de tap (een machinetap die ik in een bithouder voor handmatig gebruik plaats) nog in het buisje zitten. Vanwege de breekbaarheid van de kap vond ik tappen na het lijmen een slecht idee.

De uitsteeksels in de kap die moesten wijken voor de bevestiging die in het midden gelijmd werd Deze 2 uitsteeksels hielden in de oude situatie het lood op z'n plek maar zaten nu eigenlijk alleen maar in de weg.

In de categorie 'het was handiger geweest als ik dat eerder...' heb ik met ultieme voorzichtigheid een figuurzaagje in de gaten ingespannen en de 2 lippen met uitsteeksels volledig weggezaagd.

Daarbij heb ik de kap opnieuw in een stuk schuim geplaatst, om aantasting van verf of lak door zweethanden te voorkomen.

Het werkstukje om de bovenbouw vast te kunnen schroeven aan de onderbouw plaatste ik dit keer met secondenlijm vanwege m'n eerdere slechte ervaringen met Plastic Weld en Revell lijm in combinatie met de kap.
De schroef diende alleen om het uitlijnen makkelijker te maken.

Na het boren van een gat in alle loodplakjes en het verzinken van het gat in de onderbouw, kon de kap ook in het midden stevig verschroefd worden met een M3-schroef met verzonken kop.

Wordt vervolgd!

05-10-2015: Licht!

Een van de laatste zaken die opgelost dienen te worden voordat dit model min of meer het licht aan het einde van de tunnel gaat zien, was de verlichting van de frontseinen waarvan de onderste 2 tegelijkertijd ook een sluitsein zijn.

Ik struikelde vooral over de bevestiging, waar ik eigenlijk helemaal niet bij nagedacht had toen ik aan de ombouw begon. Iets aan de achterkant van de blokjes styreen bij de koppen, waar de onderbouw met de bovenbouw verschroefd werd, was dé oplossing, maar ik had er geen rekening mee gehouden.

Onderbouw in blauw-schuim geplaatst om plastic weg te slijpen voor de verlichting In de categorie 'het was handiger geweest als ik dat eerder...' werd de hangmotor van m'n moeder ingeschakeld, samen met een slijpschijfje om een klein beetje van de styreenblokjes weg te slijpen en zo de benodigde millimeter ruimte te maken.

Omdat ik bang was dat mijn zweethanden de lak (of erger, de onderliggende verf) zouden aantasten, werd de onderbouw in een stuk blauw 'U-schuim' geplaatst.

Dat kun je in een iets betere variant (voor veel geld) kopen in modelbouwzaken en op beurzen, op m'n werk zat het als bescherming om de randen van gespoten kastdeuren. Het werd weggegooid, maar voor mij voldeed het prima. Zonder schade kan ik het model nu op z'n plek houden om probleemloos met de hangmotor aan de gang te gaan.

Het schuim zie je nog net op de foto. De roze ondergrond beschermt de werkplek van m'n moeder tegen het rondvliegende plastic.

Stukje verhit en uitgetrokken acryl staf, met 1 zijde in bankschroef en aan de andere kant trekken Na het slijpen was het tijd voor de lichtgeleiders. De originele zijn bij een poging ze te verwijderen, gesneuveld én waren te kort voor mijn idee. Het lastige is dat de onderste frontseinen tegelijkertijd ook sluitseinen zijn. Voor een nette verlichting wou ik iets met acryl-staf maken dat ik door verhitting vervormde, omdat de ronde acryl staf (Plastruct) met 3,2 millimeter diameter te dik is. De maat daaronder (1,6 mm) is weer te klein.

Dat vervormen met hete lucht heb ik al eerder gedaan, maar dan met de redelijk brute verfbrander. Dat werkte, maar was amper controleerbaar vanwege de enorme luchtstroom en vaste temperatuur.

Dit keer heb ik het opgelost met m'n hetelucht-soldeerstation. Met de grootste spuitmond, de laagste luchtstroom en temperatuur op 130 graden was het acryl prima rondom te verwarmen en uit te trekken, wat de nodige oefening vergt.

Hiernaast zie je het resultaat na een eerste poging. De dunste kant bleek net niet dun genoeg. Voordeel is dat je dan opnieuw kunt verwarmen om het nog eens te proberen.
Het dunste stuk moet precies in de frontsein-opening in de lok passen, niet té dun zijn én niet halverwege het insteken tegen het huis van de lok aanlopen. Het heeft dan ook meerdere keren gekost om 4 van dit soort taps toelopende stukjes acryl te krijgen.

Taps toelopend stukje acryl als lichtgeleider in lok Na het uittrekken kun je het stukje afzagen en met een vijl verder bewerken tot de juiste lengte. Ik denk er nog over om de kant waar het sein naar buiten straalt mooi te polijsten, maar zeker ben ik er nog niet van.

'Waarom zo moeilijk doen' denk je misschien. Nou, het zit 'm in de verlichting zelf. Zoals ik al schreef zijn de onderste 2 frontseinen tegelijkertijd sluitseinen. Die moeten dus zowel warmwit (de Duitsers hebben nooit geel gebruikt) als rood licht uit kunnen stralen.

Met een lichtgeleider die precies in de opening past en over de hele lengte dezelfde dikte heeft, is het heel moeilijk om 2 SMD LEDs zo te positioneren dat ze allebei evenveel in de lichtgeleider stralen.
Daarom heb ik het acryl staf uitgetrokken. Het dunne uiteinde past mooi in de seinhouder, het dikke uiteinde is zo dik dat de SMD LEDs allebei gemakkelijk voor de lichtgeleider te plaatsen zijn om een nette uitstraling bij de seinhouder te krijgen.

printplaatje met 4 SMD LEDs Voor de verlichting zelf kun je gecombineerde warmwitte/rode SMD LEDs krijgen, maar voor die enkele keer dat dit voor mij een probleem opleverde, ging dat me wat te ver.
Met losse warmwitte en losse rode 0603 SMD LEDs op een printplaatje was ik er ook.

Voor deze keer vond ik een plaatje etsen wat te gortig. Ik heb in 2 stukjes dun koperprintplaat met een oud scalpelmesje en een kraspen wat sleufjes gekrast en maakte zo 2 printplaatjes van 28 millimeter breed en pakweg 6,5 mm hoog.

De 2 verschillende SMD LEDs zitten zo dicht mogelijk bij elkaar. Ik denk dat de tussenruimte hooguit 0,3 millimeter bedraagt. Na het aansolderen van draadjes, waren ze klaar.

Warmwitte LEDs stralend in lichtgeleiders in BR103 Van beide lichtgeleiders moest nog een groot stuk aan de instralende kant verdwijnen, iets wat ik overigens bewust zo gedaan had. Daarna zijn de printjes met een klodder hete lijm tegen de styreenblokjes gemonteerd.
Daar ben ik niet zo'n fan van (omdat het zo moeiljk weer los te krijgen is) maar een andere oplossing werd in dit geval erg moeilijk vanwege de kapbevestiging en de motor. Zodoende is dit het resultaat.

Eigenlijk had er tegen lichtlekkage een stukje krimpkous over de lichtgeleiders moeten zitten voor het printje vastgelijmd werd, maar dat vergat ik helaas aan deze kant. Aan de andere kant deed ik dat wel en kromp ik de kous ook.
Dat leverde jammer genoeg ook een vervormde lichtgeleider op, die niet meer paste. Opnieuw aan het uittrekken dus. Het krimpen heb ik daarna maar gelaten.

Warmwitte frontseinen en rode sluitseinen Het gezicht van buitenaf. Twee nette frontseinen en twee net zo mooie sluitseinen.

Aan elkaar gesoldeerde loodplakken voor in het midden van de onderbouw van Lima BR103 Om nog terug te komen op het gewicht: in het midden waren dat losse plakjes, die ik had genummerd om ze in de juiste volgorde in te kunnen leggen, zodat alles netjes paste en de schroef voor de kap er ook nog doorheen kon.

Meerdere keren de lok op pakken en vergeten dat dat een los geheel was, deden me besluiten er 1 samengesteld blok van te maken. Dat heb ik gedaan door eerst een schroef door de loodplakjes te steken en alles aan de andere kant met een moer samen te drukken. Met de soldeerbout bakte ik het vervolgens tot 1 blok. (giftige dampen!)

Dat vroeg achteraf wel wat nabewerking met een vijl om het weer in het midden van de lok te kunnen plaatsen, maar nu was het tenminste één geheel (dat enkele grammen zwaarder is dan voor het solderen)

De aan elkaar gesoldeerde plakken lood voor boven het stroomafnemend draaistel Hetzelfde ging op voor het blok lood boven het stroomafnemende wielstel, maar dat was veel makkelijker. Dat waren 4 plakjes lood van ongeveer 28 x 28 millimeter. Geen moeilijke vormen, gewoon lekker aan elkaar bakken. Hoe ik dit blok met de onderbouw ga bevestigen weet ik nog niet.

Na het gewicht en de verlichting wordt het tijd voor meer elektronica: de stroomafname wordt aangepakt, de decoder wordt bedraad, de bedrading en verbinding voor 2 topseinen worden dan aangelegd.

Wordt vervolgd!

12-10-2015: Breuk...

Voordat ik de laatste hand aan de bedrading kon leggen, was het zaak de derde frontseinen af te werken.
Voor de totale ombouw op deze pagina, had ik al een poging gedaan om betere verlichting in te bouwen en aan beide kanten zat dan ook al een stuk uitgetrokken acryl in het derde frontsein gelijmd.

Dat had ik toendertijd bewust te lang gelaten om het monteren makkelijker te maken. Ik kon er in de kap daarna alleen niet meer bij om het netjes in te korten, dus werd bruut een zijkniptang op het acryl gezet. Vermoedelijk stond dat door het verhitten onder de nodige mechanische spanning, waardoor het intern kleine barstjes opliep.

Testen met SMD-LEDs voor het derde frontsein gaven dan ook allemaal vreemde vlekken en een van de lichtgeleiders was niet eens vlak aan de voorzijde. Maar ja. Vastgelijmd is vastgelijmd.

Moest ik het laten zitten? Of ging ik toch over tot verwijderen? Met het risico op beschadiging van het een of ander?
Oftewel: in de categorie 'het was handiger geweest als ik dat eerder...' zat ik flink te dubben.

Afgebroken stuk plastic rond frontsein Omdat ik na completering van het model waarschijnlijk zou gaan denken van 'had ik er toch maar wat aan gedaan', besloot ik er toch wat aan te doen.

Ik centreerde voorzichtig een puntje en met een boortje van 0,6 millimeter maakte ik de eerste aanzet om het stukje acryl uit te boren. Hierbij werd de kap uiteraard in het blauwe schuim geplaatst. Voorzichtig borend ging het boortje er uiteindelijk helemaal doorheen.

Bij het boortje van 1 millimeter was het al heel snel einde verhaal. De halve seinhouder brak, inclusief een stuk plastic bij het frontraam, af van de kap. Met een 'knak' zag ik uren werk verdampen...

Zucht... Ok. Eerlijk, dit zag ik aankomen. Gaan boren in een taai stukje kunststof, vastgelijmd in die broze kap, was bijna vragen om moeilijkheden.

Even keek ik naar het probleem en zag toen al een oplossing.

Evergreen styreenbuis 224 en 223, vers uit verpakking en opgeboord om een nieuw frontsein te maken Meten leverde op dat de 2 maten buis die ik nodig zou hebben, door Evergreen geleverd worden. Gelukkig had ik die 2 maten ook op voorraad.
Ik gebruikte een lengte 3,2 millimeter buis (Evergreen 224) en een lengte 2,4 millimeter buis (Evergreen 223).

Op de foto zie je beide maten liggen. Het klopt dat de uiteindes niet erg rond ogen: zo komen ze uit het zakje. Dat is waarschijnlijk in de fabriek iets misvormd geraakt, de rest van de lengte is gelukkig wel rond.

Het plan is om het 2,4 millimeter buisje in het 3,2 millimeter buisje te schuiven, vast te lijmen en dan bij te werken tot het zo precies mogelijk lijkt op de nog intacte seinhouder.

Om het ene buisje in het andere te laten schuiven moet het buisje van 3,2 millimeter overigens wel opgeboord worden, de binnendiameter is te klein om dat zomaar te doen.
De 2,4 millimeter buis krijgt uiteindelijk een lichtgeleider met een doorsnee van pakweg 2 millimeter. Ook dat buisje moet dus opgeboord worden.

Nieuwe frontseinhouder uit 2 maten styreenbuis, opgeboord en in elkaar geschoven Het 3,2 millimeter buisje is met een boortje van 2,5 millimeter opgeboord, het 2,4 millimeter buisje is met een boortje van 2 millimeter opgeboord. Zonder draaibank gaat dat overigens prima met de schroefmachine voor zulke korte stukjes.

De buisjes werden na het uitboren in elkaar geschoven en door middel van Plastic Weld met elkaar verbonden.

Op de foto is het nog een lang onderdeel, om het bewerken makkelijker te maken. Ook het binnenste buisje is nog te lang. Dat zou ik pas na uitharden van de lijm op lengte maken met een fijn schuurvijltje (korrel 1000).

Kap van Lima BR103 met nieuwe frontseinhouder van styreen buis Voorzichtig werd met een rond sleutelvijltje het gat in de kap bijgewerkt, vooral om de restanten van de oude seinhouder volledig te verwijderen. Daar moest uiteindelijk nog een scalpel aan te pas komen, omdat de randjes wat opstandig bleken.

Ook bij het cabineraam maakte ik de breuk minder ruw door het een beetje af te schuinen. Zo kon ik er later ook nog met wat styreen aan de gang om het afwerken (plamuren) makkelijker te maken.

De seinhouder werd genoeg ingekort en zo goed mogelijk afgewerkt.
Met wat secondelijm op een cocktailprikker werd de seinhouder vervolgens op z'n plek gelijmd. Als je bang bent om te morsen, gewoon afplakken!

Afwerking gat boven frontsein met styreenstrip Uiteraard moet het gat boven het frontsein ook weer gedicht worden. Met een stukje styreenstrip van 1 x 1 millimeter, waar ik 2 schuine kanten aan vijlde en een stukje van het sein in uitspaarde, kwam ik al een heel eind.

Met wat buigwerk tussen 2 pincetten kreeg ik het ongeveer in de ronding van de cabine. Met wat secondelijm op een cocktailprikker werd het onderdeeltje met een pincet op zijn plek gezet.

Zoals je kan zien is het stripje bewust te dik. Afvijlen na plaatsing is veel makkelijker dan precies pas maken en dan plaatsen.

Afgeplakte kop voor plamuurwerk en de eerste klodder plamuur aangebracht Na het met een fijn schuurvijltje (korrel 1000) afvijlen van het styreenstripje, kwam de leukste operatie: het plamuren.
Dat wou ik absoluut niet verklooien, daarvoor zit er teveel werk in dit model. Met afplaktape zijn de delen die echt schoon moeten blijven dan ook afgeplakt. Het frontsein zelf is lastiger, dus dat is gewoon opletten met het plamuren.

Met een tot spateltje gesneden cocktailprikker duwde ik een flinke klodder Humbrol plamuur in alle kiertjes.

De tube voelde nogal hard aan, dus dat het spul wederom in de tube had geschift en daardoor lekker vloeibaar was, was een prettige bijkomstigheid. Daardoor kon ik het makkelijk uitsmeren en rijkelijk in kieren duwen.

Ook hier geldt: het wegvijlen van teveel plamuur is geen moeite, dus liever iets meer. In dit geval maakt het echt niet zoveel uit.

Nou ja... drogen maar.

Wordt vervolgd!

25-10-2015: Kier opgevuld, maar terug naar af...

Kop van Lima BR 103 met geplamuurde kier, glad afgewerkt Nadat het plamuur gedroogd was, was het tijd om er weer een glad geheel van te maken. Omdat ik rijkelijk met plamuur aan de gang was geweest, heb ik eerst met een grof schuurvijltje (korrel 240 of zo) de grootste klodder weggevijld, om daarna pas met korrel 1000 aan de gang te gaan.

Nadeel is dat de vorm complex is. Ik moet om de seinhouder heen, de kop is bol en loopt schuin naar achteren weg. Strijklicht helpt om de richels op te merken, die zonder verf weinig opvallen.
Gelukkig was het al snel weer een redelijk toonbare kop.

Nadeel is dat het plamuur grijs is, wat later wel eens lastig zou kunnen worden met spuiten (moeilijk dekkend).
Nou ja, nog niet aan denken.

Ingepakte kop van BR103 met geplamuurde beschadiging opnieuw gespoten Na twee laagjes beige ziet het er al weer stukken beter uit. Ik heb hiervoor overigens de fijne naaldset van m'n airbrush gebruikt, zodat ik het model niet sta te douchen.

De verf heb ik wel meer verdund, zodat deze wat meer vloeit.
Het voorkomt daarnaast al te opvallende randen tussen afgeplakte en niet afgeplakte delen.

Na nog enkele voorzichtige laagjes beige, was de kop weer als vanouds. Alleen het kiertje rechtsonder het frontsein heb ik niet geheel kunnen dichten.
Ik heb overigens ook meteen de afgeknipte 'puisten' op het dak, waar de originele stroomafnemer mee uitgericht werd, meegenomen met het spuiten.

Barst in kap Lima BR103 na val Helaas brachten winderige dagen in november een hoop ongeluk. Ondanks het feit dat het raam heel beperkt openstond en het model redelijk veilig op tafel lag, was de wind de winnaar.

Het raam werd opengerukt, een windvlaag die toevallig de andere kant op waaide kwam daardoor via het raam naar binnen en het model donderde ingepakt en wel op de grond. Ik had nog hoop dat het plakband de kap een beetje zou beschermen, maar helaas.

Door de val ontstond een flinke barst linksonder het cabineraam en rechtsboven daarvan.

Op de foto is duidelijk de barst linksonder te zien, evenals het kleurverschil tussen het opnieuw gespoten deel van de cabine en wat al eerder gedaan was. Met dat laatste hield ik rekening en ik was ook eigenlijk van plan daar met mild spuitwerk nog wat aan te doen (de reden dat de kop nog ingepakt was)

De kop opnieuw afgeplakt om na plamuurwerk van barsten opnieuw gespoten te worden Zucht! Er zou ook eens niets mis gaan...
Met afplakwerk werd de kop opnieuw geplamuurd. Vanwege de kleur, gebruikte ik dit keer Revell Plasto, dat gebroken wit is en daardoor minder spuitwerk vereist om te dekken.
Na het nodige schuurwerk werd de kap opnieuw gespoten.

Om kleurverschil zoveel mogelijk te voorkomen, verdunde ik de verf meer en spoot de kop eerst op de belangrijkste plaatsen, om daarna van grotere afstand te spuiten en zo hopelijk een natuurlijker verloop tussen de al gespoten delen en niet-gespoten delen te krijgen.

Nadat de kap weer in orde was, werd deze wél veilig opgeborgen, om meer schade te voorkomen.

Wordt vervolgd!

26-10-2015. Een begin met de elektronica

Verzonken M2 schroef aan de onderkant van de loc, om het loodblok en kunststof bakje op z'n plaats te houden Deze aanvulling stond al een tijd te wachten maar is vanwege de ombouw van mijn website een tijdje op de plank blijven liggen. Zodoende de datum ver terug in de tijd.

Terwijl de kap stond uit te harden, ging ik verder met het elektrische deel van de ombouw. Voordat ik meer met de decoder kon doen, moest eerst het loodblok boven het draaistel vast gemonteerd kunnen worden.

Omdat ik de decoder bovenop het loodblok wou hebben, besloot ik een plastic 'bakje' te maken waar die straks veilig in kon vertoeven.

Allereerst boorde ik een gat van 2 millimeter in de bodem van de lok, in lijn met het draaipunt van het draaistel. Daarna boorde ik kort voor in het loodblok, om er daarna helemaal doorheen te gaan. Van dik styreenplaat (3,2 mm) zaagde ik een plaatje waar ik na boren M2 schroefdraad in tapte.

Het gat aan de onderzijde van de lok werd verzonken en een op maat gezaagd verzonken M2-schroefje hield zo via het plastic bakje het lood op z'n plek.

Plastic bakje om loodblok en decoder op z'n plek te houden, ingebouwd boven draaistel van BR103 Op het plastic plaatje lijmde ik 2 dikke, brede strips. Hoeft er niet al te netjes uit te zien, je ziet er straks toch weinig meer van. Na voldoende droging monteerde ik nog een strip dwars op deze 2 strips, om de decoder een beetje in bedwang te houden.

Daarnaast ging ik vast aan de gang met de bedrading naar de printjes met LEDs door deze een beetje bij elkaar te binden en ergens in de lok in een hoekje te duwen en er vervolgens een druppel secondelijm op te laten lopen.

Onderkant draaistel BR103 met metaalplaat en met printplaat voor extra stroomafname Om de stroomafname zelf te verbeteren ging ik daar na het 'bakje' voor de decoder mee aan de slag.
Bij de oudere Lima modellen was het normaal dat het draaistel van 1 rail stroom afnam en de ongeïsoleerde wielen van het motorstel met de andere rail verbonden waren.
Dat levert al snel problemen op bij wissels en minder schone rails.

Daarom moest eerst het draaistel van extra stroomafname voorzien worden.
Gelukkig is dat bij deze Lima modellen een fluitje van een cent. Het plaatje dat aan de onderzijde van het draaistel zit is van dik metaal, zoals hiernaast te zien.

Schroef het los, zaag een stukje koperprintplaat op maat en boor de gaatjes op de juiste plek (het oude metaalplaatje als mal gebruiken is daarbij bijna vanzelfsprekend)

Printplaat onder draaistel met stroomafnamestrips van Albion Alloys' fosforbrons Van stripjes fosforbrons (van Albion Alloys) maakte ik kleine slepertjes die tegen de binnenkant van de buitenste wielen duwen. De middelste as doet niet echt mee bij deze modellen en is dus niet voorzien van stroomafname.

Door deze stripjes in de lengte te torderen met behulp van 2 kleine punt-tangen zijn ze met de platte zijde gemakkelijk aan de print te solderen, iets dat helaas niet zo duidelijk te zien is op het plaatje hiernaast.

Soldeer de slepers overigens niet als het printplaatje aan het draaistel vastgeschroefd is! De hitte zal ook aan de andere kant van de print zo groot worden dat het plastic zal vervormen. De printplaat is weliswaar iets dikker dan het metaalplaatje, maar valt verder amper op.

Hoe goed de stroomafname en het gewicht straks ook mag zijn, voor de gevallen dat er toch even geen contact is, bouw ik een buffer in.

Plaatje met buffer-elco's, diodes en weerstanden ter overbrugging van slechte stroomafname Omdat ik in dit model ruimte zat heb zitten er twee 25 Volt elco's á 2200 uF in voor de motor en één 6,3 Volt elco van 2700 uF voor de processor. Omdat dat allebei veel meer is dan in de handleiding van Esu staat, heb ik de laadweerstand meer dan twee keer zo groot gemaakt (220 Ohm in plaats van 100 Ohm).

Samen met de weerstanden en diodes heb ik de elco's gezellig aan elkaar gesoldeerd en daarna met een klodder hete lijm op een plaatje styreen gelijmd. Het plaatje wordt weer op z'n plaats gehouden door een M2-schroefje.

Omdat het plaatje bijna tegen de kapbevestiging in het midden is gemonteerd en over het loodblok valt, wordt dat ook meteen mooi op z'n plaats gehouden.


19-11-2016. Koppelingen

Al vanaf het begin van de ombouw stond vast dat ik het model in ieder geval van kortkoppelingen wou kunnen voorzien en het liefst ook échte kortkoppelmechanieken onder het model wou aanbrengen.
Alleen een NEM-schacht is namelijk niet voldoende. Bij scherpe bochten is er kans dat het materieel overbuffert en de boel uit de rails loopt.

Baanschuiver op het front afgebroken Ik pakte allereerst het donormodel er nog eens bij. Daar kon ik tenminste redelijk ruw mee omspringen en ik kon er allerlei zaken aan wijzigen zonder dat ik misschien zaken aan mijn eigen model verwijderde die moesten blijven zitten.

Het begon al minder leuk. Al tijden terug, toen ik via een Duits modelbouwforum uitsluitsel had gekregen over de decals, werd me ook nog verteld dat de baanschuivers foutief zijn en er niet op horen te zitten.

Ondanks het feit dat ik de onderbouw zo veilig mogelijk had bewaard, was een van de baanschuivers al afgebroken, dus besloot ik uiteindelijk maar om ze allebei te verwijderen.

In de categorie 'het was handiger geweest als ik dat eerder...' werd de onderbouw weer in het blauwe schuim geplaatst en werd de rest zo omzichtig mogelijk weggezaagd en daarna zo goed mogelijk afgewerkt met een vijltje.

De koppelingen aanmeten en aanbrengen

Het stroomafnemende draaistel van de Lima BR103 met originele koppeling en aangepast draaistel voor het kortkoppelmechaniek Voor de koppelingen begon ik met het makkelijkste deel van de lok, de kant van het stroomafnemende draaistel. Daar kon ik zonder al te moeilijke ingrepen wel een kortkoppelmechaniek K111 van Symoba kwijt, iets dat inderdaad niet zo'n grote ingreep was.

Op de foto zie je de originele situatie met de beugelkoppeling (zonder beugel) nog aan het draaistel en daaronder het draaistel met weggefreesd materiaal om het kortkoppelmechaniek te plaatsen. De hoogte bleek perfect en ik hoefde niet aan de gang met dunne plaatjes styreen om de boel op te hogen.

De beugelkoppeling knipte ik weg met een zijkniptang en met een scalpel werd het draaistel licht bewerkt om het kortkoppelmechaniek enige ruimte te geven. Er is maar enkele millimeter materiaal verdwenen om dat mogelijk te maken.

Met zorgvuldig passen en meten met een wagon die al van een kortkoppel-mechaniek voorzien is, controleerde ik een aantal maal of alles goed zat, waarbij ik ook keek of het draaistel onder de lok genoeg ruimte hield om te draaien.
Met Pattex secondelijm voor PP en PE, lijmde ik de kortkoppeling en het draaistel aan elkaar en gaf het lekker een dag de tijd om te drogen.

De kortkoppeling aan het motordraaistel

Motordraaistel origineel en met aangepast draaistel ter plaatsing van kortkoppelmechaniek Terwijl dat lag uit te harden, stortte ik me op het motordraaistel. Ik heb wel eens klachten gehoord dat ondanks de kleine afmetingen van dit mechaniek van Symoba, het door velen als een flinke klus gezien wordt in loks een echt mechaniek te bouwen.

Ik kan die modelbouwers sinds deze dag bijvallen. Het werd al snel duidelijk dat het motordraaistel veel moeilijker ging worden. De ruimte die ik nodig had om het mechaniek gedeeltelijk boven het schroefje te plaatsen was hier echt nodig voor dat schroefje. Dat ligt dieper dan bij het stroomafnemende draaistel, waardoor ik iets anders moest verzinnen.

Op de onderste foto is te zien dat het mechaniek past en op de goede hoogte zit, maar in werkelijkheid zit het mechaniek nog niet vast. Bij het in een bocht plaatsen van het geheel bleek dat het mechaniek in de knel kwam met de onderbouw.

Frezen en uitschieten...

Onderbouw met uitgefreesd gedeelte en de plek met de uitschieter op de lak Met een freesje in de Proxxon ging ik de onderbouw, geplaatst in blauw schuim, te lijf. Hoe voorzichtig ik ook was, een onverwacht happende frees leverde een lelijke uitschieter op de lak van de onderbouw op.

Met een groot gevoel 'het was handiger geweest als ik dat eerder...' zuchtte ik even diep en ging maar door met frezen. Hoewel de uitschieter vrij diep is en op een moeilijke plek zit, geeft het me wel de kans de onderkant sowieso wat op te knappen. Die is op meer plekken na het wegzagen van de baanschuivers wat beschadigd.

Om ruimte te maken voor de kortkoppeling in het motordraaistel moest het schroefje wijken.
Ik pakte een stuk dik styreen staf van 4,8 x 4.8 millimeter en zaagde een stukje van ongeveer 15 millimeter lang. Met dezelfde speciale secondelijm lijmde ik dit tussen 2 assen in.

Na voldoende uitharding boorde ik, met het onderstuk geplaatst, een gat door het onderstuk en het stuk styreen, om daarna het schroefje voorzichtig in te draaien. De lijmverbinding brak helaas, dus moest ik uiteindelijk opnieuw aan de gang.

De koppeling geplaatst

Lima BR103 met de originele beugelkoppeling en kortkoppeling, gekoppeld met een goederenwagon Het schroefje zit nu tussen de 2 assen in, houdt het plastic nog op z'n plaats én maakt plaatsing van de koppeling mogelijk.
Het styreen biedt ruimte om nog stroomafname te realiseren op de 2 assen zoals dat oorspronkelijk het geval was.

Op de foto zie je de originele situatie met beugelkoppeling aan de donorlok en daaronder een proefpassing van de kortkoppeling aan het omgebouwde model. De verkleining van de afstand is behoorlijk opvallend. Wat misschien opvalt is het verschil in hoogte van de buffers.

Waarschijnlijk staat de BR103 'te hoog op z'n poten', een euvel waar wel meer Lima's last van hebben. Ik ga er nu niets meer aan veranderen, gezien alles wat er al gebeurd is. Daarnaast is dat bij dit model ook wel een pittige opgave, omdat de grote wielen nogal opgesloten liggen binnen de lok. Dan is 'even' de kap een millimeter of 2-3 laten zakken een enorme klus.

Wordt vervolgd!